De geheimen van Westeresch

Wanneer Geert en Bowien van school naar huis fietsen, haalt een auto hen met veel te hoge snelheid in. Bowien maakt een reuzensmak. De auto rijdt door. Bowien laat Geert beloven zijn mond te houden over het ongeluk. Haar vader heeft het al moeilijk genoeg met het draaiende houden van hun familiebedrijf 'De Herberg van Westeresch', nu haar moeder vorig jaar is overleden. En die auto zien ze vast en zeker nooit weer. Maar nog diezelfde middag duikt het snelheidsmonster op bij de herberg. Geert en Bowien ontdekken dat dit te maken heeft met de komst van Anouk, de kersverse vakantiehulp. Dan wordt er in de herberg ingebroken. Omdat ze vinden dat de politie zich wel heel gemakkelijk van het onderzoek afmaakt, trekken Geert en Bowien er zelf opuit. Met Ebbe, de hond van Bowiens oma. "Snuffelend langs gras en schapenkeutels gaat Ebbe hun voor, in een recht spoor naar de herberg. Tot ongeveer halverwege het weiland. Daar neemt het dier de tijd voor een klein plastic voorwerp. Een doorzichtig zakje met een rode sluitstrip, waarin wat grijzige blaadjes zitten. 'Maar...' fluistert Bowien, terwijl ze zich bukt. 'Jemig, dat lijken wel drugs!' En voor Geert kan zeggen dat ze eraf moet blijven, plukt ze het zakje tussen de grassprieten vandaan en houdt het triomfantelijk omhoog." Deze vondst, een zakje wiet, leidt naar een doolhof van geheimen op Westeresch. Zelfs Willemien, Bowiens oma, heeft een geheim. Maar net wanneer Geert en Bowien bij de oplossing van het hele mysterie zijn, dient zich een groot gevaar aan... Vanaf 9 jaar AVI M6, Clib 7

€ 12.50

Meerinformatie

Kinderboeken Kinderboeken Fictie
Product