OM eist tot 17 jaar gevangenisstraf in 18 jaar oude zaak

Vandaag heeft het OM tegen een 50-jarige man uit de gemeente Zaltbommel en een 60-jarige man uit Noordwijkerhout een celstraf van 17 jaar geëist. Beiden worden ervan verdacht in 2002 een 38-jarige man uit Amsterdam te hebben gedood en zijn lichaam verborgen te hebben.

Sinds de avond van 2 januari 2002 is de Amsterdammer vermist. Die avond is hij thuis bij zijn vriendin wanneer hij een telefoontje krijgt. Hij zegt tegen zijn vriendin, tevens moeder van zijn jonge zoontje, dat hij even weg moet. Hij komt echter nooit meer terug. Sindsdien heeft noch zijn vriendin, zoontje of moeder iets van hem gehoord. Politieonderzoek heeft geen levensteken opgeleverd.

Ripdeal

Het alternatieve scenario dat de man een nieuw leven in Brazilië zou zijn begonnen, zoals één van de verdachten heeft geopperd, is onderzocht. Dat onderzoek heeft echter geen enkele aanwijzing opgeleverd dat de man waar dan ook nog in leven zou zijn. Omdat een natuurlijk overlijden, een ongeluk en zelfdoding uitgesloten wordt geacht, gaan politie en OM ervan uit dat de man is vermoord en dat zijn lichaam vervolgens verborgen is gehouden.

De beide mannen die deze dagen terecht staan, zijn na een tip in beeld gekomen als betrokken bij de vermissing en dood van het slachtoffer. Dat zou te maken hebben met diefstal van drugs, een ripdeal, waarbij het slachtoffer vanwege die ripdeal zou zijn ontvoerd, vermoord en vervolgens gedumpt. Na deze ripdeal zouden beide verdachten de cocaïne naar de woning van het slachtoffer hebben vervoerd, een woning waar de 50-jarige verdachte toentertijd ook zou hebben verbleven.

Undercoveragenten

Het toenmalige politieonderzoek heeft uiteindelijk onvoldoende opgeleverd om verdachten te kunnen aanhouden. In 2016 werd besloten de zaak aan te pakken als een coldcase. Daartoe werden verschillende opsporingsmiddelen ingezet. Behalve dat er telefoontaps zijn aangesloten is er ook voor gekozen bij de verdachten ‘door agenten in burger stelselmatig informatie in te winnen’. Deze undercoveragenten hebben volgens een zorgvuldig traject een vertrouwensrelatie opgebouwd met de verdachten.

In één van de gesprekken met een undercoveragent heeft de 50-jarige verdachte verteld samen met de medeverdachte ene ‘Patrick’ om het leven te hebben gebracht door hem door het hoofd te schieten. Dat zou 20 tot 25 jaar geleden zijn gebeurd. Dit zou samenhangen met een ripdeal. Het lijk zou door een shredder zijn gehaald. Van dit gesprek zijn opnames gemaakt.

Verklaringen in vrijheid afgelegd

De verdachte is zelf met dit verhaal gekomen en heeft daaropvolgend vragen van de undercoveragent beantwoord. Dit gebeurde in een amicale en ongedwongen sfeer. Deze vorm van misleiding acht het OM gelegitimeerd en passend binnen de wettelijke normen en de recente jurisprudentie. De verklaringen zijn in vrijheid afgelegd. De 50-jarige verdachte waande zich onbespied en was in de veronderstelling gesprekken te voeren met een vriend.

De officieren van justitie zeiden vandaag op zitting dat in geen van de gesprekken tussen de 50-jarige verdachte en de undercoveragenten een voorwaarde is gesteld om te gaan verklaren. Er is geen gesprek met ‘de grote baas’ geweest of voorgesteld, zoals de verdediging van de 50-jarige verdachte heeft gesteld. Daarnaast is de 50-jarige verdachte geen ‘bergen met geld’ in het vooruitzicht gesteld

In 2019 heeft de 50-jarige verdachte verklaard dat zijn verhaal tegen de undercoveragent een ‘broodje-aapverhaal’ was. Het OM gaat hierin niet mee en gaat ervan uit dat het verhaal tegen de undercoveragent de waarheid is. Het OM baseert dit op grond van het undercovertraject, de opgenomen gesprekken, nader onderzoek en getuigenverklaringen.

De rechtbank doet op 2 maart 2021 uitspraak.