5 jaar gevangenisstraf voor explosiepoging en bedreiging Kerkdriel

De rechtbank veroordeelt een 21-jarige man uit IJsselstein tot een gevangenisstraf van 5 jaar voor een explosiepoging en voor bedreiging. In de vroege ochtend van 13 januari 2020 vond een krantenbezorger bij de toegangsdeur van een appartementencomplex in Kerkdriel een op scherp staande handgranaat.

Uit onderzoek bleek dat er op 12 januari 2020 kort voor middernacht eerst een condoleancekaart bij 1 van de appartementen in de brievenbus is gedaan. Daarna spoot iemand het huisnummer van dat appartement op de gevel. Verder belde iemand aan bij die woning en tot slot gooide iemand de handgranaat naar het appartementencomplex. Verder bleek na onderzoek dat op 8 januari 2020 bij het appartementencomplex een voorverkenning plaatsvond.

Betrokkenheid

De 21-jarige man ontkende met deze misdrijven te maken te hebben. Hij kon zich de beide dagen niet herinneren. Desondanks oordeelt de rechtbank dat de man hierbij betrokken is. Zo is de auto van de zus van de man - waar hij vaak in reed - op zowel 8 als op 12 januari 2020 op camerabeelden te zien. Bovendien straalde zijn telefoon op 8 januari 2020 aan in Kerkdriel. Verder stond op de telefoon van de man een foto van dezelfde condoleancekaart als die in de brievenbus van het appartement is gevonden. Deze foto werd op 12 januari 2020 in de namiddag gemaakt. Hiermee rekening houdend oordeelt de rechtbank dat de man op 12 januari 2020 in Kerkdriel is geweest en moet hebben geweten wat er zou gaan gebeuren.

Rol man niet van belang

Duidelijk is dat er 2 of meer personen bij de feiten betrokken waren. Uit het dossier wordt niet duidelijk of de man de handgranaat daadwerkelijk gooide, of dat hij bijvoorbeeld de bestuurder van de auto was. Volgens de rechtbank is dit voor de strafbaarheid niet van belang, omdat hij in ieder geval een flinke rol vervulde bij het plegen van deze misdrijven.

Ontploffing en bedreiging

De persoon die de handgranaat gooide, rende met zijn handen over zijn oren weg. Ook experts gingen ervan uit dat de handgranaat bij normaal gebruik zou exploderen. Bij de ontploffing van deze handgranaat bestaat (levens)gevaar voor personen tot op tientallen meters afstand. Ook goederen zijn niet veilig bij een dergelijke ontploffing. Er was dus sprake van een poging om een explosie tot stand te laten komen. De handgranaat, de condoleancekaart en het huisnummer in verf moeten voor het slachtoffer bovendien heel bedreigend zijn geweest. Zeker omdat zijn familie al langere tijd werd bedreigd.

Vrijspraak dreig-sms

De man zou zich volgens de officier van justitie ook schuldig hebben gemaakt aan het versturen van een dreig-sms. De rechtbank spreekt hem daarvan vrij. Het staat vast dat de man beltegoed kocht en dat de telefoon waarmee de dreig-sms werd gestuurd daarmee was opgewaardeerd. Maar niet kan worden bewezen dat hij ook wist dat het beltegoed daarvoor - door een ander - zou worden gebruikt. Ook blijkt niet uit het dossier dat de man de dreig-sms zelf verstuurde.

Celstraf

Kijkend naar de enorme gevaarzetting en de achtergrond van zware criminaliteit waartegen de misdrijven zich afspeelden, vindt de rechtbank alleen een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt, legt ze een kortere gevangenisstraf op dan de 7 jaar die door de officier van justitie zijn geëist.